Komt een vrouw bij de plastisch chirurg…

Komt een vrouw bij de plastisch chirurg. Zegt die vrouw: ‘Is t erg als ik ga liggen beaten tijdens de ingreep?’

Afgelopen donderdag heb ik een wens vervuld. Vaak help ik anderen hun wensen te vervullen. Nu was ik zelf aan de beurt. Ik wilde graag een cosmetische ingreep. Daar kun je iets van vinden, dat is prima.

Ik vond er ook lange tijd iets van. Met name omdat ik ook weet hoe het is om medisch ingrijpen te moeten ondergaan om niet te overlijden.

Als ik in 2010/2011 niet geopereerd was, geen chemo had genomen en niet bestraald was, dan had ik dit bericht niet getypt.

Yeah, I know.

 

Twintig jaar geleden wist ik dat nog niet. Toen was ik een ‘fris jong ding’ met een moeie uitstraling.

Ik zag iedere dag in de spiegel iets anders dan wat ik voelde en geloof me: ik had toen nog niet de mindpower om de switch te maken van denken naar voelen, die wél klopte.

Dus voelde ik wat ik dacht. Want ik dacht wat ik zag: een moe mens.
Ik voelde me zo moe als ik eruitzag.

 

Twintig jaar geleden liet ik de ‘genetische’ wallen onder mijn ogen weghalen. Ik woonde nog maar net samen met Chris. Hij vond alles geweldig; met of zonder wallen, moe of niet moe eruitziend. Liefde maakt blind tenslotte.

Ik werd geopereerd door de legendarische dokter T., die mij voorspelde: ‘U kunt er met uw huid en botstructuur twintig jaar plezier van hebben’. Een ziener, dokter T.

Chris mocht de operatie bijwonen (dat wilde hij graag, vraag me niet waarom) en stond met een mondkapje voor en een haarnetje op mee te kijken IN, ik herhaal: IN het binnenste van mijn onderoogleden. Mijn onderoogleden die ook nog maar net met Chris samenwoonden.

‘Ik moet even naar de wc’, zei Chris na verloop van tijd. Toen hij na tien minuten nog niet terug was, staakte T. zijn bezigheden en wendde zich tot de ok-assistente.

‘Mieke, ga jij eens kijken waar meneer blijft’. En tegen mij, achterover op de operatietafel, harkjes in mijn wallen gehaakt die de boel open moesten houden: ‘Heeft uw man de neiging tot flauwvallen?’

Dat had hij niet. ‘Mijn man is misschien verdwaald’, zei ik discreet, denkend dat de reden voor zijn lange afwezigheid ook iets met de mosselen van de avond tevoren te maken konden hebben.

 

Afgelopen donderdag was Chris er niet bij tijdens de ingreep. Het was bijna een herhaling van zetten, ware het niet dat we twintig jaar verder zijn in de tijd.

Tijdens het intakegesprek met een andere -nu al legendarische- cosmetisch chirurg, had ik gevraagd hoe lang ik plezier zou hebben van de correctie. Dokter K. schatte de houdbaarheid van het ingrijpen in aan de hand van mijn inmiddels twintig jaar oudere weefsel. (En weet je HOE HARD je botten slinken in twintig jaar?)

‘Om een langdurig resultaat te waarborgen adviseer ik een combinatie met een midface procedure’, sprak K.
Een midface procedure is: je wallen tot onder je jukbeenderen optrekken en de binnenkant van je wangen met krammen aan het bot van je slapen hechten.

Klinkt goed, dacht ik. Als we toch bezig zijn…

 

Ik ging naar huis om nog een keer kritisch voor de spiegel te gaan staan.

Moest t echt?
Nee.
Wilde ik het echt?
Ja.
Al een jaar.
Dokter T. had zich een jaartje vergist.

Had ik twijfels?
JA!

Want: ik was gezond.
Ik had mede dankzij medisch ingrijpen kanker overwonnen.
Wat een ijdel getrut was dit dan?

Daar ging ik weer aan t mindpoweren.

‘Ik ben niet wat ik zie. Ik voel niet wat ik denk.’

Tot ik het spuugzat was!

Want dat was dan maar zo, dat het ijdel getrut was, dat snijden in gezond vlees onnodig of zelfs verwerpelijk zou zijn, dat ik mezelf geweld aan deed en…

En nog veel meer. Er daalde rust en mildheid over me neer.

Wat als ik dat oordeel nou eens losliet?
Dat ik gewoon mócht willen ingrijpen.
Dat ik mezelf dat zou mogen gunnen, als cadeau?

Dat ik het offer van de pijn en het ongemak bereid was te maken en ik besefte dat dat pure luxe was, gaf de doorslag.

 

Ik sprak met K. af, dat ik twintig jaar voort zou willen kunnen. ‘Garantie tot de deur’, had er op een bordje aan de muur van zijn spreekkamer kunnen staan. Want zo IS dat natuurlijk.

En dat past me wel. Want daarmee kwam het besluit niet neer op mij verlaten op beloften van anderen, maar op 100% zelfleiderschap.

Mijn keuze. Mijn verantwoordelijkheid. Ook voor de -volgens de waarden van sommigen- beschamende ijdelheid die mede mijn drijfveer was bij deze keuze.

En er speelde nog iets anders dan ijdelheid.

Zelfzorg.

 

Zoals ik meer vrijheid wil hebben dan verplichtingen…

Zoals ik meer keuzes wil hebben dan moeten…

Zoals ik wil werken omdat het mijn passie is…

Zoals ik wil dansen en zingen en liefhebben om te voelen dat ik leef…

Zo wil ik ijdel kunnen zijn en dat mogen van mezelf. Omdat de weerspiegeling van mijn jong zijn, mijn fit zijn, mijn tijd-van-leven-hebben…

Wel degelijk iets te maken hebben met wie ik wil zien.

 

Ik zie Josje.
En mijn spiegelbeeld klopt weer met mijn ziel.

En oh ja. Tijdens de operatie checkte dokter K. of de verdoving goed werkte. ‘Voelt u dit?’, vroeg hij prikkend in mijn vlees. Ik voelde het niet. Op de radio speelde ‘Can you feel it’ van The Jacksons. Serieus.

Ik vroeg: ‘Is t erg als ik ga liggen beaten tijdens de ingreep?’
Ik beatte. Dokter K. en de twee assistentes deden mee.
Het was een prachtige donderdagochtend.

 

Voor iedereen die zich schaamt voor ijdelheid.

Voor iedereen die zichzelf daarbij betrapt op oordelende gedachten.

Voor iedereen die net als ik het verschil kent tussen medische noodzaak en medische mogelijkheden.

Voor iedereen.

Terug