Een huilende vrouw: auto aan de kant en hulp aanbieden!

Terwijl ik sta te wachten bij een druk kruispunt, zie ik aan de overkant een jonge vrouw rennen. Haar tranen wegvegend stormt zij de praktijk van de dierenarts uit. Ik hoef er geen seconde over na te denken. Eenmaal aan de overkant, gooi ik mijn auto aan de kant en loop naar haar toe. ‘Kan ik iets voor je doen?’, vraag ik, wetend dat het antwoord natuurlijk nee zal zijn. Ik kan hoogstwaarschijnlijk niet datgene doen wat zij op dit moment het liefste wil: de oorzaak van haar verdriet wegnemen.

Toch voel ik dat ik op het goede moment kom, want behalve verdriet zie ik nog een paar emoties. Een ervan is frustratie. Ik heb ooit geleerd: frustratie is woede zonder uitlaat. Op het moment dat de vrouw en ik elkaar aankijken, zie ik wat daar weer onder zit: schuld, spijt en ook wat schaamte.

‘Nee’, is inderdaad het antwoord dat ik krijg. Meteen daarna rolt het verhaal van vier jaar keuzes maken, soms tegen beter weten in, soms tegen wil en dank, over haar lippen. Ik sta tegenover iemand die het gevoel heeft geen invloed te kunnen uitoefenen op haar omstandigheden.

Vorige week zei ik nog gekscherend: ‘Ik ben als coach geboren.’ Wat ik daarmee bedoelde was, dat ik overal en altijd oppik wat er nodig is. Ik heb geleerd daar zorgvuldig in te zijn, want niet iedereen wil al op het moment dat ik de vraag voel, voor zichzelf het antwoord weten. En als coach geboren is niet echt waar. Ik ben een coach in hart en nieren geworden door mijn eigen vroege en latere ervaringen.

De huilende vrouw en ik praten. Dat betekent: ik stel vragen en zij antwoordt. Op datzelfde moment komt er een einde aan het leven van haar kat. Ze neemt zichzelf en een paar andere mensen de loop van de zaken kwalijk en is ervan overtuigd dat haar kat nog wat langer had kunnen leven.

Tijdens ons gesprek verschuift er iets. Ik leg haar een paar keuzes voor, zoals wel of niet alsnog naar binnen gaan, wel of niet haar boosheid naar zichzelf en de anderen uiten en zo ja, hoe dan. En langzaam maar zeker komt er rust over haar.

Als ze op het punt is aangekomen om vanuit overtuiging te kiezen dat ze pas weer naar binnen gaat als haar kat is ingeslapen, merk ik weer hoe belangrijk het is om de regie te voelen. Te weten: de dingen gaan zoals ze gaan en ik bepaal hoe ik kies, waar dat kan.

Na een innige omhelzing en een dankjewel van haar kant, stellen we ons pas aan elkaar voor. Ik vertel haar waar ik woon en zeg: ‘Als je me nodig hebt, weet je me te vinden.’

Ik hoop dat ik, door op dat ogenblik op die plek te zijn, iets van liefde en hoop heb kunnen meegeven aan iemand die daar een schrijnend tekort aan ervaart. Want achter al dat verdriet om haar stokoude huisdier, dat sowieso binnenkort overleden zou zijn, zit een Himalaya aan onverwerkte pijn.

Terug