Blind vertrouwen

Vannacht om 5 over 12 vond ik een enveloppe op mijn hoofdkussen. Mijn lief had een prachtige brief voor me geschreven over de 20 jaar die achter ons liggen. In de header stond een foto van een achtbaan.

Toen wij net samenwoonden waren we immens verliefd. We waren midden dertig en rekenden optimistisch uit dat als we allebei 110 jaar zouden worden, we nog 75 jaar samen zouden zijn. Een heel getal, 75. Je zou denken dat we die eindeloos lijkende tijd met blijdschap omarmden.

Dat deden we, maar er gebeurde ook iets anders: het dreef ons tot tranen, zo afschuwelijk vonden we het idee dat er überhaupt een beperkte houdbaarheid zou zijn aan ons leven op aarde en meer nog: dat er een eind zou komen aan onze tijd samen.

Op 3 februari 1999, de dag dat Chris bij me kwam wonen, wachtte ik hem op bij de deur met een bord waarop geschreven stond: Welcome home sweetheart. Met een zwaai tilde Chris me over de drempel en zei: Ik ga nooit meer weg.

We hadden er twee jaar over gedaan om bij elkaar te kunnen zijn en ons vertrouwen in onszelf en elkaar bleek zo sterk, dat tijd hierin geen rol speelde. Die twee jaar waren nodig omdat we elkaar te vroeg ontmoetten.

We hebben de nodige tegenwind gehad. Er waren dagen dat we elkaar aankeken en ons afvroegen waarom 75 jaar ons ooit kort had geleken. Dat had dan niet per se te maken met elkaar niet meer leuk vinden, maar met allerlei ‘randomstandigheden’ die trachtten druk uit te oefenen op ons geluk.

En toch… en toch en toch en toch! Nooit, never, niet één enkele dag heeft de gedachte om zonder elkaar verder te gaan serieuze aandacht gekregen. Nee. Hij en ik. Ik en hij. Wij horen bij elkaar.

Die tegenwind heeft ons juist geholpen om te leren, te ontdekken waar onze kansen lagen, door wat wel goed ging te belichten en wat minder ging te elimineren. Altijd op basis van blind vertrouwen.

Van die 75 jaar zijn er, als we 110 worden, nog 55 over. En opnieuw kunnen we er diep verdrietig om worden als we bedenken dat er een eind is aan ons verbond. Ons team, wij. Hij en ik. Ik en hij. We hebben dezelfde dromen en gaan onverminderd af op onze gezamenlijke doelen. Geen omstandigheid, geen invloed van buitenaf, geen enkele negatieve emotie van anderen heeft ervoor gezorgd dat wij ons vertrouwen verloren.

De foto bij dit bericht is gemaakt tijdens onze huwelijksreis in augustus 2000. De spiegel laat een ander plaatje zien, maar ik zie nog altijd die jonge hond, die ondanks zijn verliefdheid zijn waarden en verantwoordelijkheden vooropstelde en erop vertrouwde dat mochten de sturende krachten ons steunen, wij op een dag samen zouden zijn.

En als ik naar mezelf kijk op deze foto, zie ik de vrouw die dat begreep. Die achter zijn keuze stond, niet anders wilde dan hem en andere betrokkenen de tijd en de ruimte geven. Die hem steunde daarin en die wachtte, twee jaar lang.

Noot aan Chris:

Mijn lief, ik houd van je. Forever and beyond. En WTF die 55 jaar. Zullen we gewoon opnieuw insteken op 75? Worden we lekker 130. Waarom niet? De achtbaan ligt achter ons. We varen een steady koers. Moet lukken. 😉

Terug